Klassikale lessen

op 1,5 meter afstand!

BLOG: Verhuizen of blijven

Door: Sylvia Huberts

Ik zie het steeds vaker voorbij komen: een discussie tussen cliënt en de Wmo consulent over de vraag of de cliënt wel of niet kan verhuizen. De consulent meent het primaat van verhuizen terecht te kunnen toepassen, maar de cliënt voert allerlei redenen aan waarom verhuizen echt niet zou kunnen. Beide betogen zijn vaak begrijpelijk, invoelbaar ook, maar wie heeft het bij het juiste eind?

Het mooie, maar tevens lastige aan de Wmo, is dat het een zogeheten groot grijs gebied kent. Lokale beleidsregels zijn bedoeld om een specifieke situatie te beoordelen. En daarin staan vaak een aantal onderdelen genoemd die betrokken moeten worden bij de vraag of iemand in staat is te verhuizen. Daarnaast is het de bedoeling om persoonskenmerken, voorkeuren en behoeften van de cliënt af te wegen tegen het uitgangspunt van het college dat wordt gekozen voor de ‘goedkoopst adequate oplossing’.

Woonwagen

Een flink aantal jaren geleden mocht ik een college van B&W verdedigen in een zaak die ging over de aanpassing van een woonwagen. Sowieso lastig in zijn soort, aangezien deze cliënten onder geen beding het woonwagenpark wilden verlaten. Deze mensen zouden – naar eigen zeggen – binnen no time ‘ter ziele gaan’ wanneer zij in een gewoon rijtjeshuis terecht zouden komen. Rekening houdend met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager, was een normaal huis buiten het kamp (juridisch gezegd: een beschikbare meer geschikte woning), van meet af aan geen optie. In hun situatie werd dan ook onderzocht of de woonwagen kon worden aangepast, of dat men dit zelf had moeten doen. Want de cliënten waren eigenaar van de woonwagen en er was onder andere sprake van flink wat achterstallig onderhoud. Na lang procederen, stonden we op een dag voor drie rechters van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). De verwachtingen hoog gespannen, want de rechtbank was ook volledig mee gegaan met de redenering van het college, dus de CRvB zou dat ook wel doen…

Toch liep dit anders. De CRvB vond dat het college tekort was geschoten in het compenseren van deze cliënten. En zoals men dat tegenwoordig gewend is te doen binnen de rechtspraak, werd aangestuurd op een schikking. Verhuizen was absoluut geen optie. De discussie die volgde ging over het begrip ‘algemeen gebruikelijk’, want men wenste een natte cel en een toilet en het college vond dat men dat zelf had kunnen aanbrengen. De CRvB oordeelde echter dat het college dit behoorde te vergoeden. Conclusie: op kosten van het college is een tweedehands woonwagen geplaatst.

Kaders en omstandigheden

Deze zaak is mij altijd bijgebleven. Niet alleen omdat de procedure ontzettend lang in beslag heeft genomen (zo’n drie jaar in totaal en dat is absoluut niemands bedoeling), maar ook omdat de afweging ‘verhuizen of blijven’ soms zo ontzettend lastig is. Subjectief ook. Waar persoonskenmerken de ene keer een enorme invloed uitoefenen op een situatie, zie je in andere gevallen dat de persoonskenmerken juist in iemands nadeel werken: verhuizen is dan optioneel en wordt ook van cliënten verlangd, omdat er geen bijzondere omstandigheden/financiële gevolgen zijn. De Wmo biedt ons kaders, maar het blijft toch elke keer weer goed kijken naar de omstandigheden. Er is veel ruimte voor het maken van een afweging aan de hand van de persoon die je voor je hebt, dat maakt deze wet juist zo interessant.

Enkele maanden geleden ben ik zelf verhuisd. Het is het goedkoopst adequaat als hier voorlopig nog even blijf…

Deze blog komt uit ons vakblad Wmo doen (versie 2, 2021)