De specialist in opleiden

binnen het Sociaal Domein

Intervisie binnen een Wmo-team deel 2

Door: Jacobien Kleve

In mijn eerste blog over intervisie had ik het over het stellen van de juiste vraag. Daarbij stelde ik dat voor het stellen van een intervisievraag aandacht nodig is. En ik beloofde hier later aandacht aan te schenken. Dat wil ik doen in deze blog. Het stellen van de juiste vraag is namelijk van het grootste belang voor de opbrengst van de hele sessie. Of je wat hebt aan het behandelen van jouw vraag valt of staat zelfs met het stellen van de goede vraag. Oké, duidelijk dat een goede vraag van groot belang is. Maar waarvoor dan? En wat is dan een goede intervisievraag? En hoe pak je het aan?

Om met de eerste vraag te beginnen: niet elke vraag is geschikt voor intervisie. Dat lijkt haaks te staan op mijn eerdere bewering dat intervisie overal over kan gaan: van een vraag van een cliënt tot en met een vraag over je eigen functioneren of welbevinden.  Het antwoord is dat beide beweringen waar zijn! Intervisie kan echt  overal over gaan, mits je een aantal zaken in het oog houdt. Dat brengt ons bij de vraag wat een goede intervisievraag is.

Het antwoord: een goede intervisievraag gaat, om te beginnen, altijd over jouzelf! Het is namelijk altijd een heel persoonlijke vraag. De vraag moet ook passen bij jouw rol! De vraag is ook belangrijk voor je; het voelt alsof het tijd is dat je er een antwoord op vindt. De vraag houdt je op een bepaalde manier bezig of komt zelf steeds bij je terug. Een goede intervisievraag is tenslotte ook toekomstgericht. Hij opent perspectieven!

Mooi geformuleerd! Maar nu de praktijk! Ik neem je mee in het proces van het formuleren van de vraag.  Begin eerst eens met je bewust worden van de vraag die jij hebt. Dat kan beginnen met het onderkennen van bijvoorbeeld dat “steentje-in-je schoen-gevoel”. Een onbestemd ongemak dat je steeds weer hebt. Wat is dat toch voor ongemakkelijks dat je steeds ervaart als je bijvoorbeeld een klant ontmoet die het onderste uit de kan lijkt te willen, of iemand die jou niet accepteert als gesprekspartner, of als je agenda te vol loopt om nog plezierig die kwaliteit te leveren die je zo graag wilt leveren?  Uiteraard kan een positief en blij gevoel natuurlijk ook onderwerp van je vraag zijn! Dan is de vraag hoe je meer van dergelijke ervaringen kunt hebben en hoe je je succes kunt uitbreiden. Ook erg leuk en zinvol! Ik kom er in een volgende blog op terug. Beloofd.

Terug naar ons werkproces. In de praktijk kan het soms lastig zijn om jouw vraag te formuleren. Ik vraag deelnemers altijd om hun vraag op flap te schrijven, zodat ze eraan kunnen werken met hulp van de groep.  Ik kan je vast vertellen dat je het meteen weet als jouw eigenlijke vraag op papier staat!

Neem het voorbeeld dat ik net noemde over die klant die jou niet accepteert als gesprekspartner. En dat op een vervelende manier laat merken. Wanneer het jouw eigen vraag is, die past bij jouw  rol als Wmo consulent, en jij zo nu en dan dit gedrag dus tegenkom, begin ik mijn vraag met “Hoe kan ik”. Het gaat tenslotte over mij en wat ik ermee kan en wil. Ik ben aan zet en verantwoordelijk, niet de ander. Over de beweegredenen van de cliënt  gaat de vraag dus niet. Beginnen dus bij mij. En dan het probleem eraan vast plakken. Dus: hoe kan ik omgaan met een cliënt die mij niet als gesprekspartner accepteert?”.  Deze vraag gaat over mij, past bij mijn rol, is belangrijk voor mij en biedt openingen naar de toekomst. Het ei is gelegd, je vraag is er!  In een volgend blog gaan we ermee verder!