meppeler

Meppel – De Wet Maatschappelijke Ondersteuning dreigt onbetaalbaar te worden voor gemeenten. In plaats van verloren gegaan naoberschap in dorpen en steden met dure professionals op te vullen, zouden we het als samenleving veel meer ‘samen’ op moet lossen.

Dat zegt Miquel Wijngaards uit Meppel. Hij is directeur en en oprichter van het Kenniscentrum WMO, hét instituut voor het vinden van de juiste opleiding, een stageplek of de juiste begeleiding als het gaat om de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.

‘Gemeenten doen tal van zaken om jongeren letterlijk en figuurlijk in beweging te brengen en te houden, maar voor ouderen is dat beleid er nauwelijks en dat terwijl de WMO onbetaalbaar dreigt te worden. Voor het nieuwe handboek WMO dat we maakten, hebben we onderzoek gedaan naar de verstrekkingen binnen de WMO in Nederland. We zien in één jaar een toename van bijna 3 procent. Dat gaat over miljoenen euro’s.’

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, samen met de Participatiewet en de jeugdzorg ook wel sociaal domein genoemd. Dat heeft grote consequenties voor lokale overheden. Het kenniscentrum WMO in Meppel, waar WMO- consulenten vanuit heel Nederland sinds 2012 opleidingen volgen, is dé opleider binnen het sociaal domein. De WMO-consulenten die het Kenniscentrum opleidt zitten bij de “senioren” aan de keukentafel om te beoordelen welke voorziening ingezet kunnen worden om “zelfstandig” thuis te kunnen blijven wonen.

Individualistischer

Vroeger deden families, kinderen, kerken en buren veel voor senioren. De maatschappij wordt steeds individualistischer. Daar waar buren, kinderen en families het laten liggen, worden dure professionals ingezet om die gaten op te vullen. ‘De naastenliefde verdwijnt en professionals nemen het over. Dat is onbetaalbaar’, zegt Wijngaards. ‘Niks ten nadele van diverse stichtingen die dit als hun maatschappelijke taak zien, maar we moeten toch echt anders gaan denken. Verdergaand professionaliseren is niet de oplossing. Er moet een mentaliteitsverandering komen. Loop elkaar nou eens niet voorbij. We leven niet meer sámen in onze samenleving, dát is het probleem.’

Aanleiding voor zijn opmerkingen zijn de diverse coalitieakkoorden die in diverse gemeenten het levenslicht zien. Met hoog op de agenda het sociaal domein. ‘Mensen moeten langer thuis blijven wonen, dat is de koers. De voorzieningen nemen toe in aantal en kosten. De vraag is waar zit het plafond? In Meppel was er een prijsvraag voor het duurzaamste idee. Een mooi initiatief, maar het is tijd om ook na te denken over sociale innovaties: wat kun jij doen bij jou in de buurt om mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen met misschien minder WMO-voorzieningen? Hoe houden we ouderen in beweging? Letterlijk. Als je zichtbaar bent, heb je aanspraak en aanspraak is aandacht. Je doet weer mee! Dat kan zonder dat er elk jaar miljoenen euro’s bij moeten’, zegt Wijngaards. ‘Er is een schreeuwend tekort aan WMO-consulenten en de doelgroep neemt toe. Ik heb niet meteen de oplossing, maar ik zie wel een groot probleem opdoemen.’

Wijngaards weet zeker dat de wal het schip binnen afzienbare tijd gaat keren. ‘Niet alleen de zorg wordt onbetaalbaar, ook het sociaal domein is op een gegeven moment niet meer op te brengen. We hebben het niet in de gaten, maar elke WMO-consulent die bij mensen aan de keukentafel een hulpvraag invult, beslist over tienduizenden euro’s aan gemeenschapsgeld. Ga maar na: iemand leeft bijvoorbeeld nog dertien jaar. Hij of zij krijgt gemiddeld drie uur hulp per week. Die hulp kost rond de 50 euro per uur. Ga het maar uitrekenen: je komt uit op 101.400 euro voor één hulpvrager. Het gaat om honderdduizenden ouderen in Nederland. Vaak wonen ze in een wijk of buurt tussen andere mensen die niet weten dat ze met een beetje noaberschap een onbetaalbare bijdrage kunnen leveren.’

De Meppeler pleit voor een meer inclusievere samenleving. Geen toename van due professionals die het op moeten lossen, maar de gemeenschap zelf en in elk geval een gezonde mix van die twee. ‘Je moet ouderen in beweging krijgen, een netwerk creëren. Je kunt wel Tafeltje Dekje inhuren, maar in een straat kunnen mensen ook eens per week een alleenstaande oudere uitnodigen om te komen eten’, zegt Wijngaards. ‘Je zou het gewoon eens moeten proberen. Daar krijg je een goed gevoel van.’

Het antwoord op de onbetaalbare WMO zijn volgens Wijngaards lokale sociale innovaties. ‘Een fysiotherapiepraktijk kan besluiten eens in de zoveel tijd een wijk in te trekken om met senioren te gaan bewegen. Je kunt boodschappen bezorgen, maar buurtbewoners zouden ook eens bij toerbuurt met een senior naar de winkel kunnen gaan om zelf boodschappen te doen. Ga eens met de alleenstaande buurman wandelen of koffiedrinken. Senioren blijven zo in beweging en ze komen in een nieuw netwerk terecht met allerlei positieve effecten. Hoe vaak gaan wij naar een buurman of iemand in de straat die het overduidelijk moeilijk heeft? Waar liefde verdwijnt, nemen professionals het over. Is dat de samenleving die wij willen? Het kenniscentrum WMO heeft niet direct de oplossing maar wil graag bijdragen aan het opstarten van deze discussie.’