Klassikale lessen

op 1,5 meter afstand!

Mijn beroep: “De ontwikkeling van een prachtig vak.”

“Ik durf het te zeggen: ik heb het mooiste vak wat er bestaat! Als docent wil ik dit maar al te graag laten zien aan mijn cursisten. Maar 13 jaar geleden had ik nooit kunnen voorspellen dat ik dit nu zo zou opschrijven!”

23 jaar was ze toen Dinie Haag haar opleiding ergotherapie afrondde in 2005. “Klaar om op een revalidatieafdeling te gaan werken, dacht ik.” Maar al snel bleken de banen helaas niet voor het oprapen. Na enige tijd zoeken en solliciteren, kreeg Dinie de kans om een zwangerschapsverlof in te vullen als toen nog Wvg-consulent bij een gemeente in de buurt. Iets wat haar tijdens de opleiding maar erg saai had geleken, werken bij een gemeente in plaats van op een revalidatieafdeling. “Maar goed, beter iets dan niets en ervaring opdoen is altijd goed!”

Hoe verrast was Dinie toen bleek dat het eigenlijk best een leuk vak was: het doen van huisbezoeken en het regelen van voorzieningen (wat toen nog alleen bestond uit woningaanpassingen, rolstoelen en vervoer). “Ik kreeg steeds meer zin om in dit vak verder te gaan. De term Wmo zong in 2005 al wel rond, maar wat het precies zou gaan worden was me nog niet erg duidelijk. In die tijd vroeg je om een rolstoel, je ging op huisbezoek voor een rolstoel en je regelde een rolstoel. Dat was het eigenlijk wel.” Het leek bij de volgende gemeente waar Dinie in 2005 ging werken dat er een soort van winkeltje was geweest waar je van alles kon krijgen. “Tot aan bruikleenauto’s toe! ‘U vraagt, wij draaien’, zeg maar… Ik had dan ook nooit kunnen denken wat voor ontwikkeling het vak zou gaan doormaken vanaf 1 januari 2007 toen de nieuwe wet Wmo intrad, tot het vak wat het nu, 11 jaar later is geworden.”

Wat voor ontwikkeling dat ook heeft gevraagd voor de mensen die het vak uitoefenen. “En dat was vooral voor mensen die de oude Wvg gewend waren een zware klus. We hebben allemaal moeten “kantelen” totdat we er bijna bij omvielen,” aldus Dinie. Van zorgplicht in de Wvg, naar compensatieplicht in de Wmo, naar maatwerk in de Wmo 2015. “Dat was een hele “kanteling” in ons denken en doen. Niet meer ‘u vraagt en wij draaien’, maar wij ondersteunen u alleen als u het echt niet meer zelf kunt oplossen.”

“Beetje spannend wel. Mensen vragen naar eigen kracht, wat ze zelf zouden kunnen doen? Dat deed je toch niet?”

Het veranderde naar een uitgebreid gesprek aan de keukentafel waarbij consulenten misschien ook wel moesten vragen naar de financiële situatie van mensen, eenzaamheid of opvoedproblemen. “Beetje spannend wel. Mensen vragen naar eigen kracht, wat ze zelf zouden kunnen doen? Dat deed je toch niet? Vragen wat mantelzorgers eventueel kunnen doen, dat durf ik niet hoor! Ik hoorde het veel om me heen. Toch zijn we allemaal in deze ontwikkeling mee gegaan en zijn we gaan inzien dat mensen het geen probleem vinden als er persoonlijke vragen worden gesteld op andere gebieden, wanneer je maar uitlegt waarom je het vraagt.” Dinie heeft met eigen ogen gezien dat mensen echt wel over eigen kracht bezitten om zaken aan te pakken en dat er heus wel mantelzorgers zijn die hun handen uit de mouwen willen steken. Ook de cliënten kantelden mee.

Door deze ontwikkeling is Dinie haar enthousiasme voor dit vak alleen maar groter geworden. “Ook omdat het vak alleen nog maar uitgebreider is geworden en geen dag hetzelfde is. Er zijn meer voorzieningen bij gekomen en we hebben te maken gekregen met nieuwe cliëntgroepen.” Dit heeft de problematieken en de vragen van cliënten alleen maar diverser heeft gemaakt. “Tevens heeft dit gevraagd om het uitbreiden van onze kennis. Het is en blijft een vak in ontwikkeling dus updaten van deze kennis blijft belangrijk.”

De gesprekken met cliënten zijn intensiever geworden, maar dit geeft Dinie ook veel meer voldoening. “Ik ben bezig met vroegsignalering, ook op andere gebieden, waardoor ik het idee heb dat ik veel meer bereik met mensen en ze veel beter kan helpen. Ik sluit nu met een beter gevoel mijn dossiers af, omdat ik acties heb uitgezet die echt van meerwaarde zijn voor de cliënt, naast alleen het regelen van bijvoorbeeld een rolstoel.” Je weet nooit van tevoren of de vraag van een cliënt ook de daadwerkelijke vraag is of dat er misschien wel veel meer achter zit. “Dat misschien de cliënt om een rolstoel vraagt, omdat hij zich eenzaam voelt en graag naar buiten wil om andere mensen te ontmoeten. Maar eigenlijk niet weet hoe hij dat moet gaan regelen.” Om deze reden weet je als consulent ook nooit van tevoren hoe lang je met een bepaald dossier bezig bent. Een kleine vraag van een cliënt kan het begin zijn van een heel uitgebreid traject. Dat vraagt om een grote flexibiliteit van de consulenten. “Dus saai zoals ik in het begin dacht… nee echt niet! Zoals ik al zei: het mooiste vak wat er bestaat!”

“Ik ben bezig met vroeg signalering, ook op andere gebieden, waardoor ik het idee heb dat ik veel meer bereik met mensen en ze veel beter kan helpen.”

Dinie Haag is verbonden aan Kenniscentrum WMO als docent en op het moment dat dit interview werd afgenomen werkzaam als Wmo consulent bij Gemeente Culemborg. Momenteel is ze werkzaam als kwaliteitsmedewerker Wmo/Jeugd bij de gemeente Krimpen aan den IJssel.

*Dit verhaal komt uit  vakblad Wmo doen editie 1 uit 2019.