De specialist in opleiden

binnen het Sociaal Domein

‘Register voor Wmo-consulenten noodzakelijk’

Een register waarin gemeenten kunnen zien of Wmo-consulenten de juiste scholing of ervaring hebben kan gemeenten een hoop kosten besparen, denkt directeur Miquel Wijngaards van Kenniscentrum WMO.

Toegangspoort

‘De Wmo-consulent is de toegangspoort van de hulpbehoevende burger tot de gemeente’, aldus Wijngaards. Zijn instituut leidt mensen op die binnen het sociaal domein willen gaan werken bij gemeenten of al werken bij een gemeente en zich willen verdiepen in het sociaal domein. De meeste cursisten zijn Wmo-consulenten. ‘Die worden steeds belangrijker voor gemeenten, want ze zijn de schakel tussen de burger en de wet: ze voeren de wet uit en ontvangen vragen van burgers naar middelen, producten en diensten.’

Gespreksvaardigheden

Door demografische ontwikkelingen en de politieke keuze om mensen langer zelf thuis te laten wonen groeit de vraag richting gemeenten om dat laatste ook mogelijk te maken, aldus Wijngaards. ‘Burgers zijn mondiger, kritischer en beschikken over meer bronnen om hun vermeende rechten te zoeken. Die rechten zijn niet zo explicietbinnen de Wmo, maar mensen denken die wel te hebben. Als ze vragen gaan stellen, hebben ze een vaardige gesprekspartner nodig, die bijvoorbeeld niet meteen “kan niet” zegt als iets niet mogelijk is. Dat is al een eerste aanleiding voor een conflict. De kwaliteit van de Wmo-consulent kan omhoog. Ze moeten vaardig zijn in gesprekken, communicatie en het hanteren van ogenschijnlijk tegengestelde belangen.’

Geen verplichte bijscholing

Wmo-consulent is geen beschermd beroep. Er is geen beroepsopleiding of verplichte bijscholing. Jeugdconsulenten moeten wel een hbo-vooropleiding hebben en zich registreren bij Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ). Zij toetsen of je aan de criteria voldoet en daarna ook de verplichte bijscholingspunten haalt. Ook verpleegkundigen en artsen hebben een kwaliteitsregistratie (BIG). ‘Daarmee borg je kwaliteit. Het is raar dat er geen verplichte bijscholing voor Wmo-consulenten is, waar ze onder meer op de hoogte blijven van jurisprudentie en gespreksvaardigheden kunnen verbeteren. Je ziet dat gemeenten zich al sterk hebben ingezet op de kwaliteit van uitvoering in het sociaal domein. Een register helpt hen daarbij.’

Nationale Wmo-consulenten bijscholingsdag

Burgers zullen meer een beroep doen op de Wmo en zijn al kritisch op de keukentafelgesprekken, weet Wijngaards. ‘Dat leidt tot grote ontevredenheid bij de burger, meer bezwaar en beroep bij gemeenten en ook langere werkprocessen en een toenemende werkdruk. Je moet dus juist meer aandacht besteden aan het keukentafelgesprek. Achteraf gesteggel kost tijd, geld en levert veel risico’s op. De kwaliteit van de Wmo-consulent moet daarom gewoon goed zijn.’ Op 22 juni presenteert Wijngaards het register als hij de eerste nationale Wmo-consulenten bijscholingsdag organiseert. Je kunt je registreren als je bijscholing hebt gevolgd en hebt aangetoond een bekwame Wmo-consulent te zijn. Een leidinggevende kan een aanbeveling geven. ‘Vergelijk het met een werkgever die gegevens moet aanleveren voor een hypotheekverstrekking. Zo gaat het ook met het register: dit is een bekwame Wmo-consulent.’

Nek uitsteken

Wijngaards beseft dat het register niet meteen perfect is. Het zal een paar jaar duren voor het register voldoende body heeft. Hij gaat ervan uit dat gemeenten met goede ideeën komen. ‘Wij nemen dit initiatief, maar dit is niet primair iets van ons. We zien het liefst dat de VNG het register beheert. Als de VNG en het ministerie het niet doen, moet iemand anders dit initiatief toch nemen? Vinden ze het straks toch een goed idee? Regel het dan zelf. Wij hoeven het niet te beheren, maar we willen wel onze nek uitsteken.’

VNG
In een reactie op het initiatief zegt Marlies Kennis, voorzitter van de Werkgroep Kwaliteit en toezicht Jeugd/Wmo van de VNG, dat zij nog geen signalen heeft ontvangen dat er behoefte is aan een register voor Wmo-consulenten. ‘Vanzelfsprekend wordt er volop geïnvesteerd in de kwaliteit van wmo-consulenten, bijvoorbeeld in het scholingsaanbod. Het is goed dit signaal in de werkgroep aan te kaarten en te bespreken in hoeverre een register kan bijdragen aan kwaliteitsverbetering.’

Vanuit het ministerie van VWS kwam geen reactie op het initiatief.