Auteur: Emile den Os

Noodzaak

Onderzoek (Divosa, Vng, Stimulansz) wijst uit dat bij mensen met financiële problemen in de meeste gevallen sprake is van multi-problematiek. Schuldenproblematiek heeft een negatieve invloed op meerdere levensterreinen, met maatschappelijke kosten van dien. Deze mensen kunnen op meerdere terreinen hulp nodig hebben en zoeken. Dit kan hulp zijn vanwege een problematische thuissituatie (scheiding, opvoeding). Of vanwege een verslaving, psychische nood of ziekte. Maar ook vanwege fraude of criminaliteit. Of zij kloppen aan bij schulddienstverlening, wat niet vanzelfsprekend is.

Er rust op het hebben van schulden een groot taboe, waar men zeker niet mee te koop loopt. Uit onderzoek blijkt al jaren dat bij ongeveer 1 op de 6 huishoudens in Nederland, sprake is van financiele achterstanden of een problematische schuld. Grote groepen in de samenleving lopen grote financiële risico’s. Een groot deel klopt bij de gemeente aan, niet per se bij schulddienstverlening.

Ernst van de schuldenproblematiek

Recent onderzoek heeft aangetoond dat schuldenproblematiek veel dieper ingrijpt op levens van kwetsbare burgers en hun omgeving dan aanvankelijk gedacht. En van generatie op generatie wordt doorgegeven. De vicieuze cirkel van armoede is moeilijk te doorbreken. Onderzoek heeft verder uitgewezen dat er een directe relatie is tussen financiële stress als gevolg van schulden en verminderd functioneren van vitale hersenfuncties. Waardoor het algeheel functioneren in een steeds meer veeleisende samenleving moeilijker wordt en mensen steeds vaker en langer beroep moeten doen op het socialezekerheidsstelsel.

Huidige situatie gemeentelijke schulddienstverlening

De Wet Gemeentelijke Schulddienstverlening uit 2012 laat toe dat elke gemeente een eigen schuldhulp beleid heeft. Binnen deze keuzevrijheid hebben sommige gemeenten ervoor gekozen iedereen zo snel mogelijk naar de Wsnp door te verwijzen, terwijl andere gemeenten proberen te voorkomen dat iemand in de Wsnp terecht komt. Welke mogelijkheden er zijn en welke ondersteuning een schuldenaar krijgt hangt dus af van de gemeente waarin zij woont; van de gemeenteambtenaren aldaar, van de hulpverleners, de organisatie van de schulddienstverlening en coördinatie tussen diverse gemeentelijke afdelingen. De kwaliteit van het schuldhulpverleningstraject kan dus per gemeente sterk verschillen.[1]

Vraagtekens bij effectiviteit

In 2016 hebben de Nationale Ombudsman en het onderzoeksbureau Schulinck twee belangrijke evaluatierapporten uitgebracht, over de effectiviteit en uitvoering van de Wgs. De Ombudsman stelt vast dat de schuldenproblematiek de laatste vijf jaar enorm is toegenomen. En steeds meer tijd en specifieke deskundigheid van schuldhulpverleners en ondersteunende vrijwilligers is gaan vragen. Tegelijk zijn de beschikbare budgetten voor gemeentelijke schuldhulpverlening niet evenredig toegenomen. De toename van het aantal schuldenaren, het gebrek aan capaciteit en de grote complexiteit van de schuldproblemen hebben hun weerslag op de kwaliteit van de dienstverlening.

De Nationale ombudsman concludeert in haar rapport dat de (gemeentelijke) overheid onterecht, teveel uitgaat van de zelfredzaamheid van burgers bij de schuldhulpverlening. Minder zelfredzamen lopen tegen drempels op voor- en tijdens het schuldhulpverleningstraject en vallen buiten de boot. Mensen met problematische schulden hebben te weinig mentale ruimte om alles op orde te krijgen en te houden. Ook weten mensen moeilijk de weg naar schuldhulpverlening te vinden omdat de nodige ondersteuning ontbreekt. Vinden zij de weg wel, dan ervaren zij hoge drempels voor toelating omdat strikte toe-/afwijzingsgronden worden gehanteerd. Zoals het niet ernstig genoeg zijn van de financiële problemen. Zo blijkt dat een groep burgers feitelijk wordt uitgesloten.

“Brede toegankelijkheid van de schuldhulp is ver te zoeken. Een goed traject begint met het ontzorgen van de hulpzoeker, en met stressreductie door middel van concrete eenvoudige interventies.” aldus de Ombudsman.

Verder concludeert de Nationale Ombudsman een gebrek aan maatwerk. Een integrale en op het individu toegesneden aanpak ontbreekt. Voldoet iemand niet aan de eisen/voorwaarden voor een minnelijke schuldregeling, dan krijgt zij geen enkele andere vorm van hulpverlening aangeboden. Verder worden een te lange doorlooptijd en slechte bereikbaarheid geconstateerd. Na het aanmeldgesprek duurt het lang voordat de hulpvrager de uiteindelijke beschikking  van toe- of afwijzing ontvangt. In deze fase ontbreekt het aan adequate informatievoorziening. Men wordt vaak naar huis gestuurd met een overdaad aan opdrachten. Zonder de nodige begeleiding en contactmomenten gedurende dit proces.

‘De (gemeentelijke) overheid moet zich realiseren dat deze knelpunten niet alleen een vervelende ervaring zijn voor de hulpzoeker, maar ook leidt tot hoge uitval in een vroeg stadium en daarmee een reëel risico vormen voor een niet effectieve aanpak van de schuldenproblematiek,’ aldus de Ombudsman.

Complexiteit van regelingen dient drastisch te versoepelen en versimpelen, en

bureaucratische belemmeringen moeten worden geslecht. “Het kan niet zo zijn dat burgers worden uitgesloten van schuldhulpverlening wanneer deze een aantal rekeningen of brieven niet helemaal juist heeft geadministreerd. Enkel en alleen omdat de regels of systematiek dit voorschrijven. Het kan nooit de bedoeling zijn een burger buiten de boot te laten vallen, omdat hij niet precies in de mal van het schuldhulpsysteem past. Dit gebeurt echter nu nog vaak bij burgers met schuldenproblematiek,” aldus de Ombudsman.

[1] 2016: een onbemind probleem, pp 35